De contouren van een figuur

Een donker kader met daarin een wit rechthoekig blok paraffine met 30 lontjes aan de bovenkant, verdeeld over de hele lengte. De contouren van een figuur schemeren door de witte was laag heen.Twee handen komen het beeld in. Een lucifer wordt uit de doos gehaald en aangestreken. De eerste lontjes in de rij worden aangestoken en vatten moeizaam vlam. De paraffine begint langzaam te smelten en vormt een plas op de ondergrond, de sokkel.
De tijd verstrijkt en in het midden komt een hoofd te voorschijn, de uitgestrekte armen met de handen gespreid, vijf vingers. Aan de linkerhand is al een vinger gesneuveld in de hitte van de vlammen. Het beeld van een hoofd en bovenlichaam met gespreide armen, van dun porselein, staat tussen de likkende vlammen. een groots gebaar. En dan in een ogenblik valt het hoofd van het lichaam en blijft de torso met zijn gespreide armen overeind. Terwijl de lonten met hun grettige vlammen verder branden. Reflectie van de vlammen in de plas van gesmolten was. De torso licht op door twee steekvlammen die wegzakken en likkend over de grond elkaar weer opzoeken en om de torso heen draaien, in hun samenspel eindigen en de torso haast doorzichtig maken.
De was is goeddeels gesmolten en de meeste lonten zijn opgebrand of verdronken in de waterige plas van was. De volhouders, een stuk of drie blijven aan en zwoegen, trillend en trekkend om het vuur in de vlam te houden, om maar niet alsnog ten onder te gaan in de omringende, donkere vloeistof.
Uiteindelijk doven de twee laatste lontjes, overgegeven en uitgeblust. Het laatste puntje gloeit nog, heel klein en dooft dan uit.
Een zwart-wit beeld blijft over: een onthoofde, witte torso met geblakerde, uitgestrekte armen, het hoofd op de ondergrond voor de torso in een donkere plas.